Circulaire 2022/C/10 over de aftrekbeperking van autokosten

Inkomstenbelasting 24 januari 2022

Bespreking van de wijzigingen met betrekking tot de aftrekbeperking van autokosten, ingevoerd door artikel 28 van de wet van 27.06.2021.

inkomstenbelastingen ; beroepskosten ; autokosten ; aftrekbeperking

FOD Financiën, 24.01.2022
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

  1. Inleiding
    II. Wetteksten
    III. Bespreking
  2. Coëfficiënt voor het bepalen van het aftrekpercentage van hybride voertuigen met een elektrische motor en een dieselmotor
    B. Afronding van het aftrekpercentage
    C. Afronding van de energiecapaciteit van oplaadbare hybridevoertuigen
  3. Inwerkingtreding
  4. Inleiding
  5. Artikel 28 van de wet van 27.06.2021 (1) heeft drie wijzigingen ingevoerd met betrekking tot de aftrekbeperking van autokosten.

Die wijzigingen worden hierna besproken.

(1) Wet van 27.06.2021 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18.09.2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (hierna W 27.06.2021).

  1. Wetteksten
  2. W 27.06.2021

Art. 28

In artikel 66, § 1, van hetzelfde Wetboek (2), vervangen bij de wet van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid, 2°, worden de woorden “op 1 voor voertuigen met een dieselmotor en op 0,95 voor voertuigen met een andere motor” vervangen door de woorden “op 1 voor voertuigen met enkel een dieselmotor en op 0,95 voor andere voertuigen”;

2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:

“Het overeenkomstig het eerste lid, 2°, vastgestelde tarief kan niet lager zijn dan 50 pct., noch hoger zijn dan 100 pct. Het wordt afgerond tot de hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt. Het bedraagt minimum 75 pct. voor de gedane of gedragen beroepskosten met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen.”;

3° het derde lid wordt aangevuld als volgt:

“Voor de berekening van de energiecapaciteit, wordt het verkregen resultaat afgerond tot de hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt.”.

Art. 96, vierde lid

Artikel 28 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021.

(2) Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92).

III. Bespreking

A. Coëfficiënt voor het bepalen van het aftrekpercentage van hybride voertuigen met een elektrische motor en een dieselmotor

  1. In art. 66, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92, is de formule vastgelegd waarmee het aftrekpercentage van de autokosten van in art. 65, WIB 92, bedoelde voertuigen met een uitstoot van minder dan 200 g CO2/km moet worden bepaald, nl.:

120 % – (0,5 % x coëfficiënt x aantal g CO2/km).

Die bepaling vermeldt ook hoeveel de toe te passen coëfficiënt bedraagt, nl.:

–  1 voor voertuigen met een dieselmotor

–  0,95 voor voertuigen met een andere motor, behalve voor voertuigen met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale PK, waarvoor de coëfficiënt 0,90 bedraagt.

Hybride voertuigen met een elektrische motor en een benzinemotor behoren tot de categorie van voertuigen met een andere motor.

Hybride voertuigen met een elektrische motor en een dieselmotor behoren daarentegen zowel tot de categorie van voertuigen met een dieselmotor als tot de categorie van voertuigen met een andere motor, waardoor de wet geen uitsluitsel bood omtrent de toe te passen coëfficiënt.

Op een parlementaire vraag daarover antwoordde de minister van Financiën dat die hybride voertuigen als voertuigen met een andere motor mochten worden beschouwd, zodat de coëfficiënt 0,95 mocht worden toegepast (3).

De wetgever heeft dat principe nu ook wettelijk vastgelegd door uitdrukkelijk te bepalen dat de coëfficiënt 1 alleen geldt voor voertuigen die enkel met een dieselmotor zijn uitgerust.

(3) Parlementaire vraag nr. 96 van 27.11.2019 (Schriftelijke vragen en Antwoorden, Kamer, 55-008, blz. 116-117).

B. Afronding van het aftrekpercentage

  1. Als het aftrekpercentage van de autokosten volgens de bovenvermelde formule moet worden berekend, bepaalt art. 66, § 1, tweede lid, WIB 92, dat dit percentage:

–  niet lager mag zijn dan 50 %

–  niet hoger mag zijn dan 100 %

–  minimum 75 % bedraagt als de kosten betrekking hebben op een voertuig aangeschaft vóór 2018.

De wetgever heeft nu ook bepaald dat het volgens die formule berekende aftrekpercentage moet worden afgerond tot het hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten 5 bereikt of niet.

  1. Voorbeeld

In 2020 aangekocht voertuig met een benzinemotor en een CO2-uitstoot van 119 g/km.

Het toe te passen aftrekpercentage bedraagt:

120 % – (0,5 % x 0,95 x 119) = 63,475 %, afgerond tot 63,5 %.

C. Afronding van de energiecapaciteit van oplaadbare hybridevoertuigen

  1. Art. 66, § 1, derde lid, WIB 92, bepaalt welk CO2-uitstootgehalte in aanmerking moet worden genomen om het aftrekpercentage te bepalen van oplaadbare hybridevoertuigen (4).

In bepaalde gevallen moet daarbij het uitstootgehalte in aanmerking worden genomen van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof.

Dat is onder andere het geval als de elektrische batterij van het voertuig een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kg wagengewicht.

De wetgever heeft nu ook wettelijk vastgelegd dat voor de berekening van die energiecapaciteit (per 100 kg wagengewicht) het resultaat moet worden afgerond tot het hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten 5 bereikt of niet (5).

(4) De zogenaamde ‘plug in hybrides’ – zie ook de circ. 2019/C/56 van 28.06.2019 (over de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde ‘valse hybride’).
(5) Die wettelijke afrondingsregel stemt overeen met de administratieve afrondingsregel die was opgenomen in nr. 14 van de circ. 2019/C/56 van 28.06.2019 en is door art. 24, W 27.06.2021 nu ook in art. 36, § 2, negende lid, WIB 92, ingelast.

  1. Voorbeelden
  2. In 2019 aangekocht oplaadbaar hybridevoertuig van 1.845 kg voorzien van een elektrische batterij met een energiecapaciteit van 9 kWh.

In aanmerking te nemen energiecapaciteit per 100 kg wagengewicht:

9 kWh/(1.845 kg/100 kg) = 0,4878…, afgerond tot 0,5.

  1. In 2019 aangekocht oplaadbaar hybridevoertuig van 1.845 kg voorzien van een elektrische batterij met een energiecapaciteit van 8,3 kWh.

In aanmerking te nemen energiecapaciteit per 100 kg wagengewicht:

8,3 kWh/(1.845 kg/100 kg) = 0,4498…, afgerond tot 0,4.

IV. Inwerkingtreding

  1. De in deze circ. besproken wijzigingen hebben uitwerking vanaf 01.01.2020 en zijn vanaf aanslagjaar 2021 van toepassing.